Walter de Zeeuw

De Innerlijke Werkplaats

spirituele ontwikkeling | geestelijk bewustzijn | menswording

webwinkel     nieuw    links    contact

Hoe ontmoet je je eigen engel?


Terug naar Publicaties

Onderstaand artikel is geschreven voor de zomeruitgave 2013 van De Verwachting,

Kwartaalblad van de Stichting de Heraut die bekendheid geeft aan het werk van Hans Stolp.


Auteur Walter de Zeeuw© De Innerlijke weg

Klik op de afbeelding om het artikel als PDF te openen.


Tip!: Print het uit als boekje, daarmee bespaar je ook papier.

Artikel De ontmoeting met onze engel.pdf

Met enige regelmaat vragen mensen mij: “ik wil zo graag mijn eigen engel ontmoeten”. En dan voel ik bij de ander zo’n groot verlangen naar de verbinding met het geestelijke in zich zelf en naar de geestelijke wereld. En altijd komt dan de volgende vraag: “Maar hoe doe je dat, je engel ontmoeten?”

Soms ontmoet ik ook mensen die teleurgesteld zijn of zelfs boos zijn, omdat het maar niet wil lukken hun engel te ontmoeten. Zo vertelde me een vrouw: “een jaar geleden deed ik mee aan een engelenseance met een bekende spirituele Amerikaanse vrouw. Een zaal vol met 300 mensen en zij begeleidde ons met haar mooie stem en meditatie. Het was heel stil en zo mooi. Ik hoefde niets te doen, want zomaar ineens werd het helemaal vol met engelen. En na een tijdje, we hebben wel een uur of langer gemediteerd, voelde ik ook mijn eigen engel, hier in mijn haar”. Door haar hele verhaal heen voelde ik een berg teleurstelling. Ik vroeg haar: “En hoe ging het verder”? Ze zei: “al een jaar lang probeer ik dat gevoel weer terug te krijgen, maar ik kan mijn engel niet voelen. Ik doe zo mijn best met die oefeningen die ze ons leerde, maar het lukt niet. En ik ben al zo’n lange tijd moe”.


Het is een thema dat vele duizenden mensen bezig houdt. Een weten er zijn engelen en ook ik ‘moet’ een eigen engel hebben, maar hoe kom je in contact met je engel? Iemand die daar op een bijzondere wijze over schreef is Gitta Mallasz. In de Verwachting no 66, vertelde ik hoe Gitta, samen met haar drie Joodse vrienden in Hongarijen leefden ten tijden van de 2e Wereldoorlog. Op een vrijdagmiddag rond 15.00u in 1943 zijn zij vieren samen. Ze leven al een lange tijd in angst en vrees over de Jodenhaat, -vervolging en al het oorlogsgeweld. Maar vragen ze zich af, ergens moet er toch een diepere zin en betekenis zijn? Terwijl ze hier in al hun verdriet over spreken, voelen ze zich intens verbonden met hun engelen. 17 maanden lang ervoeren deze 4 mensen een innige verbinding en woord en daad met hun engelen. Het was in 1976, ruim 30 jaar later, dat Gitta zich innerlijke zo sterk voelde deze gesprekken, ervaringen en vele inzichten in het boek ‘In gesprek met de engelen’ te publiceren.  

Zij woonde inmiddels in Frankrijk en haar boek werd in verschillende talen, waaronder het Nederlands vertaald (het is tweedehands goed te krijgen). Gitta ontving in de jaren erna vele honderden vragen en beantwoorden de lezers persoonlijk. Het gaf haar de aanzet voor een nieuw boek: ‘Terugkeer van de engelen’. Ze wilde de lezers laten inzien, dat de gesprekken met de engelen in 1943-‘44, niet alleen voor toen van groot belang waren, maar dat het antwoorden zijn op de vele levensvragen van nu. Een heel hoofdstuk weidt ze aan de ‘Hoe ontmoet men zijn engel’? Ze schrijft: “De meesten verwachten praktische aanwijzingen of een regelrechte opleiding. Sommigen hopen zelfs op geheime riten of initiaties of op een nieuwe meditatiepraktijk”. Gitta vervolgd: “Mijn antwoord, dat alleen de innerlijke dorst de engel aantrekt, ontgoochelt dikwijls. Ja, hoe ontmoet men zijn engel. Het lijkt mij eenvoudiger om de vraag anders te stellen. Hoe ontmoet men hem niet?” En zij beantwoordt dan zelf deze vraag:

“Wanneer men van zichzelf denkt dat men onwaardig is, in plaats van zich een kind van God te voelen. Wanneer men hem buiten zichzelf zoekt, in plaats van in zich. Wanneer men een vooropgezet beeld maakt, in plaats van zonder beelden te blijven. Wanneer men verwacht, in plaats van te wachten. Wanneer men ‘esoterische’ verschijningen verlangt, in plaats van naar een ‘natuurlijk’ gebeuren”. Het zijn slechts enkele voorbeelden. Zij vervolgt met: “Ik herinner mij dat het ik het bijna natuurlijk vond toen mijn engel de eerste keer tot mij sprak. En het gebeurde eigenlijk volkomen onverwacht, op zijn tijd, zoals de appel van de boom valt, wanneer hij rijp is. Ik geloof, dat wanneer een bepaalde graad van innerlijke rijpheid is bereikt, de bewuste ontmoeting met de ‘innerlijke leraar’ (zo noemt ze haar engel) natuurlijk wordt. Ze stemt overeen met de evolutie van de ziel”.


Lieve lezer(es), het ontroerde mij zeer toen ik dit opnieuw las. Dat wat Gitta Mallasz hierboven beschreef in 1987, terugkijkend en voelend op haar eigen ervaring tot in 1943, dat dat juist ook in onze tijd zo helemaal als waar voelt.

Het is ook heel boeiend wanneer we luisteren naar wat Rudolf Steiner hierover zegt: ‘In ieder mens sluimeren vermogens die hem in staat stellen zich inzichten te verwerven in hogere werelden. De mysticus, de gnosticus, de theosoof hebben het altijd al gehad over een zielewereld én een geestelijke wereld, die voor hen even werkelijk zijn als de wereld die met fysieke ogen te zien en met fysieke handen te betasten zijn. Ieder die hen beluistert, kan te allen tijde zeggen: ‘waar zij over spreken kan ik ook ervaren, zodra ik bepaalde krachten in mijzelf ontwikkel, die nu nog in mij sluimeren! De vraag is alleen hoe iemand te werk moet gaan om die vermogens in zich zelf te ontwikkelen.’ (Steiner De weg tot inzichten in hogere werelden, blz 19 e.v.)


Het gaat dus over het ontwikkelen van vermogens, de organen van de ziel genoemd, om ons met het hogere in de mens en daarbuiten te leren verbinden. En wie de werken van Rudolf Steiner kent, weet dat hij veel vertelt over ‘het gaan van de weg naar binnen, om wat er in ons leeft te leren kennen en tot ware zelfkennis te komen’. En wie de moed heeft om die – niet gemakkelijke, maar wel heel mooie - weg naar binnen te gaan, die begeeft zich als van zelf op de weg van de moderne inwijding (hierover verder op meer). Dan ontwikkelt de ziel zich zoals zijn diepste natuur is, dan ontkiemen hogere zintuigen in de ziel, zintuigen die ons het geestelijk/goddelijke dat in de mens en daarbuiten woont aan ons openbaart. Maar pas dan, wanneer de ziel, de mens-in-wording daar rijp voor is, zoals ook Gitta Mallasz dat uit eigen ervaring beschrijft.


Mensen, die mij over hun ontmoeting met engelen vertellen, bevestigen dat. Altijd was het onverwachts en vaak op een moment van intens verdriet en volkomen radeloosheid over het leven, door verlies van dierbare, gezondheid of diepe teleurstellingen. Zij vertelde mij ook dat het daarna lang stil bleef tot een volgende ontmoeting, maar daarna steeds regelmatiger. En niet alleen ervoeren ze de aanwezigheid van hun engel, maar hoorde haar spreken. Woorden die tot hun kwamen, niet door de fysieke oren, maar van binnen, woorden die je hoort in je hart en ziel. En zeiden deze mensen erbij, ik moest wel heel veel geduld hebben, omdat het zolang duurde en ik verlangde zo graag weer mijn engel te horen. Pas toen ik dit losliet, het bijna vergeten leek, toen was zij er weer. Het was een beproeving van geduld en wachten, van alleen zijn en vaak ook eenzaamheid.


Hebben we hier misschien een belangrijke kiem voor het ontwaken te pakken? Komen we in de buurt van de vraag die Rudolf Steiner: ‘de vraag is echter hoe we die vermogens in onze ziel ontwikkelen’? Vertaalt in mijn eigen woorden, zegt hij hierover: ‘Wie de innerlijke scholingsweg wil gaan, ‘moet’ het pad van eerbied, van devotie en toewijding aan waarheid en inzichten durven gaan, zonder zich zelf nu weer klein en onwaardig te voelen. Misschien klinkt het ouderwets: pad van eerbied, devotie en toewijding, maar wie deze woorden in zijn ziel toelaat, die voelt, dat er iets anders bovenkomt. Het diepe besef, dat er in jou en mij iets heel groots woont, een goddelijke vonk,  een bron van Liefde en scheppende krachten. Dat ik niet alleen een ziel heb gekregen, maar ook een geest. Dat God of Christus mij Zelf geestkracht gegeven hebt. En dat het nu aan jou en mij is, om dit in alle vrijheid ons bewust te maken, tot leven te laten komen hier op aarde. En wie dat al eens ervaren heeft, vergeet nooit meer welke diepe levensvreugde je dat dan schenkt. Levensvreugde je voor even Heel te voelen met het geestelijke in je zelf én de geestelijke wereld. Voor even helemaal samen Eén.    


Hoe brengen we ons zelf nu verder op die innerlijke weg van inwijding. Allereerst door te onderkennen dat alles wat we ‘even vlug’ kunnen weten en ervaren misleiding is. Het ‘even snel met de engelen verbinden’, zoals de vrouw bij de engelenseance, is hoe mooi het ook lijkt, van de wereld van Lucifer. Het leidt ons af van ons werkelijke pad. Het is deels ook nog ‘de oude inwijdingsweg’, waarin ‘een ingewijde’ je meeneemt naar hogere sferen. Het in een grote groep mediteren, zonder heel grondig te aarden en energetisch af te schermen, leidt snel tot het ‘wegzweven uit je fysieke lichaam’. Ook al lijkt het nog zo mooi en heerlijk, achteraf blijkt het meestal alleen maar vluchtig en ‘beklijft’ niet. Je hebt immers zelf geen enkele geestelijke groei of ‘winst’ behaald en wanneer je weer alleen bent, lukt het onmogelijk en krijgt de teleurstelling je weer te pakken. Regelmatig ontmoet ik mensen die hierdoor alsmaar shoppen van de ene naar de andere spirituele bijeenkomsten, in de hoop die ervaring van toen opnieuw mee te maken.     


Wie de weg van innerlijke transformatie wil gaan, zal zich stilte, verwondering en meditatie eigen willen maken. In dit artikel kan ik slechts enkele aspecten hiervan aanstippen.


Innerlijke Stilte. Echt stil kunnen zijn is nog niet heel gemakkelijk in onze tijd van veel informatie en heel veel energetische prikkels. Een oefening die vele helpt is deze: ’s morgens 20 minuten eerder op staan en nog even wachten met de gewone dagelijkse activiteiten oppakken (mobieltje, agenda, radio, krant of een gesprek). Neem wel een kopje thee en iets lichts eten (ontbijten doe je hierna). Een vast plekje in huis, maak het fijn voor je zelf en steek een kaars aan: gewoon in stilte zitten, sluit je ogen en haal rustig adem. En komen er toch allerlei gedachten voorbij, geef die dan met elke uitademing mee. In het begin een kwartiertje en later rustig uitbouwen tot een meditatie. In de natuur kan ook.


Verwondering. In ieder van ons leeft dit vermogen, zoals we dat bij jonge kinderen zien, hoe ze helemaal verrukt zijn en kunnen opgaan in een nieuwe ontdekking. Leren wij (weer opnieuw) ‘met de ogen van een kind’ te kijken, dan komt dit vermogen weer tot leven. Hoe? Door ons in de natuur een langere tijd op een bloeiende plant en bloem te concentreren. Te gaan zien en voelen waaruit die plant groeit, niet analytisch, maar organisch, als een geheel. Hoe het na een lange winterrustperiode zich uit de grond ontricht, uitgroeit, het leven van de plant. Hoe de sapstromen opgang komen, hoe een steel en bladeren verschijnen, hoe een knop verschijnt en de bloem op enig moment zich opent, opgebouwd uit duizenden blaadjes en deeltjes, alles zo perfect, zo prachtig, zo de schoonheid, het leren zien als schepping. Wie dit regelmatig beoefent, die wordt zich gewaar van de grote kracht erachter, de kracht van Zon. Doe dit ook met de dieren. Zie hun schepping, zie hoe ze groeien, volwassen worden, wat ze ons schenken. Luister naar hun geluiden en geroep en hoor wat ze zeggen. En doe dit alles ook als de natuur zich begint terug te trekken, als alles ouder wordt en weer verdort of afsterft en neem waar hoe de krachten zich terugtrekken. Wie dit op zich in laat werken, voelt hierachter de krachten van de maan. Door deze bijzondere verwonder-oefeningen ontkiemt in de ziel het vermogen het geestelijke in en om ons heen waar te nemen en bewust te worden.    


Meditatie. Vele incarnatie terug beoefenden we nog de oude weg van inwijding. In de oud Indische tijd, door intensieve yoga en in de oud Egyptische tijd, door aanbidding van de Zonnegoden. Weer later zittend onder de vijgenboom (Johannes 1: 47-51), dat zowel door Boeddha als bij de latere esoterische stromingen gebruikelijk was. Het doel was: de hogere wezensdelen los te maken van het fysieke lichaam en de aarde. Zo leerde we uit ons lichaam te treden (uittreding) en te reizen door de geestelijke werelden. Allemaal als voorbereiding om eens, asl wij zover waren de Zonnegeest, de Christusgeest die verbleef in de hoogste Lichtwerelden te ontmoeten. Deze inwijding ontvingen we in de oude mysterietempels van hoog ingewijde priesters.

 

Deze herinnering leeft diep in onze ziel. Neemt iemand ons langdurig en intensief mee in een meditatie, dan pakt onze ziel dit als van zelf weer op. Iets vergelijkbaars overkwam de vrouw bij de engelenseances. Maar helaas we zagen al, het werkt niet meer. Hoe komt dat?

Door de evolutie van de mensheidsontwikkeling, door de Zonnegeest, door Christus zelf bewerkstelligd. Met de doop in de Jordaan incarneerde de Christusgeest in de mens Jezus. Drie jaar leefde deze Geest met Jezus, om bij de kruisiging op Golgotha door de dood heen op te staan. Maar bij die kruisdood voltrok zich een groot wonder. Uit de wonden van Jezus handen en voeten druppelde Zijn bloed in de aarde, bloed de drager van de Geestkacht. En door de aardbevingen in de dagen erna nam de aarde Zijn lichaam in zich op. Hierdoor werd de Christusgeest tot aarde Christuskracht. En tegelijk betekende dit het einde aan ‘de oude inwijdingsweg van uittredingen’. Immers de Christus wordt niet langer gevonden in de hoogste Lichtwerelden, maar juist hier op en om de aarde. De Bron van Liefde heeft zich met de aarde verbonden.

 

Wanneer mensen vragen te helpen met leren mediteren, beginnen we altijd met het zorgvuldig leren aarden en gronden, je te verbinden met de aarde. En wel zo: laat vanuit je beiden voeten wortels tot diep in de aarde laat groeien, tot in het hart van Moederaarde. En dan heel bewust gaan ervaren hoe Moederaarde een energiestroom omhoog zendt, die vanaf je voeten tot aan je kruin je hele lichaam krachtig vervult. Tot je in je hele lichaam deze tintelende aarde-energie-stroom voelt. Het is een heel krachtige levensenergie die ons lichaam voedt, die ons de vreugde van het leven hier op aarde laat ervaren. En wordt je dan bewust of voel dan in heel je wezen hoe deze levensenergiestroom doortrokken is van de Christuskracht. Voel je Eén met de aarde en met de Christuskracht.   

Wie zo mediteert gaat niet zweven, wordt niet meer moe, maar vormt van binnenuit de ziel om tot de kenner van het geestelijke in zich zelf. Je wordt op ‘natuurlijke wijze’ bewust van het Hoger Zelf en ben je op weg naar de blijvende verbinden met de engelen en met Christus zelf.