Walter de Zeeuw

De Innerlijke Werkplaats

spirituele ontwikkeling | geestelijk bewustzijn | menswording

webwinkel     nieuw    links    contact

In 2013 schreef ik het onderstaand artikel voor de voorjaarsuitgaven van Verwachting, het kwartaalblad van de Stichting de Heraut, die het werk van Hans Stolp ondersteunt.

Toen met de titel “Is er iets natuurlijks dan dat wij met elkaar verbonden zijn”. Immers het artikel gaat over twee bijzondere thema’s, waar steeds meer mensen innerlijk een verbinding meevoelen. Het gaat over de bijzondere belevingen, die vier mensen hebben in het door de oorlog geteisterde Hongarije in 1943. In tijden van diepe nood en volkomen radeloosheid, wijken voor hen de sluiers, die hen afgesloten hield van de geestelijke wereld en ervaren zij  de nabijheid van engelen. En zo ervoeren zij het wonder, toen  dat er ‘niets natuurlijkers is dan met onze geestelijke broeders en zuster, de engelen verbonden te zijn’.

Het tweede thema in dit artikel gaat over een andere soort van weten en voelen; het kunnen herinneren wat er in de eigen ziel leeft aan herinneringen aan het vorig leven. Dit omdat steeds meer mensen diepe zielsherinneringen hebben aan de 1e of 2e Wereldoorlog. Herinneringen, zoals ik die zelf ook zo intens heb leren kennen en voor mij het begin vormde van een nieuwe levensweg.

      

Walter de Zeeuw


Het is 1943, een drietal jonge kunstenaars verlaten hun goed lopend kunstatelier en ontvluchten de stad Budapest. Ze leven op een vreselijke afgrond van het Hongarije van toen, waar de haat jegens Joden en het anti-semitisme hoogtij vieren. Gitta, en haar vrienden Hanna en haar man Jozef, beiden joods, voelen zich radeloos. Ze staan tegenover een wereld van leugens, gemeenheid en ogenschijnlijk zege van het kwaad. Ze vinden een huis in het dorpje Budaliget, een halfuurtje buiten Budapest. Elk weekend voegt hun (joodse) vriendin, Lili zich bij hun gezelschap. De rust van het stille landleven doet hun innerlijke ontwikkeling goed. Ze veranderen hun leefwijze en werken niet meer dan nodig, om in hun dagelijks onderhoud te voorzien. Ze weten elkaar te overtuigen dat, hoe dreigend de situatie ook is, dit alles een zin moet hebben, net als hun eigen leven, al blijft deze tot dan toe diep verborgen. Een zin, zo groeit in hen het vermoeden, die zij alleen in zichzelf kunnen vinden. Zo besluiten ze hun problemen en vragen over het leven op te schrijven en met elkaar te bespreken.


Als Gitta haar aantekeningen voorleest, gebeurt er iets bijzonders. Wanneer Hanna antwoordt, zoals gebruikelijk vanuit haar intuïtieve geest, verandert plotsklaps haar stem en geeft antwoorden die niet van haarzelf zijn. Het is als nam een grotere kracht het van haar over en zich door haar uitte in woord en gebaar. Allen waren zeer onder de indruk. Bekomen van de schrik, besluiten ze iedere vrijdagmiddag om 15.00u de gesprekken te voeren.

Gaandeweg krijgt ieder via Hanna met een eigen stem en in eigen woorden antwoorden op zijn vragen. Zij ervaren het als dialogen, gesprekken met hun eigen engel. Gitta noteert zorgvuldig, wat zich afspeelt in de 17 maanden dat de gesprekken plaatsvinden. Hoe zij lief en leed en de vaak enorme spanning en angst met elkaar delen. Hoe zij met gevaar voor eigen leven, probeert meer dan honderd joodse vrouwen te redden. Zij beschrijft op aangrijpende wijze hoe de joden worden vervolgd en hoe als eerste Jozef afscheid moet nemen en gedeporteerd wordt naar één van de vernietigingskampen. En bijna elke gebeurtenis grijpen de engelen aan om deze bijzondere mensen inzicht te geven, te helpen de zware levenslessen te nemen en hen bovenal te bemoedigen in hun strijd naar het Licht en het innerlijk ontwaken. Woorden van de engelen, aan hen gegeven als “Is er iets natuurlijkers, dan dat wij met elkaar spreken” of “Reik mij de hand, wij (de engelen) zijn de brug, de boog, tussen de wereld beneden en de wereld hoog”.  

 

Voelbaar, bijna tastbaar, verschijnen hun afzonderlijke (bescherm)engelen in hun midden. Met een ongekende wijsheid en duidelijkheid spreken zij met hen. Niet alleen ieders taak en opdracht op aarde wordt belicht, ook geven de engelen hen inzicht in het innerlijk groeiproces van geloven naar vertrouwen.

“En langzaam aan…,” zo schrijft Gitta “…werd aan ons de zin van een nieuw leven onthuld, toen te midden van die vreselijke tijd! Een nieuw leven van integratie en vereniging van alle aspecten van het zijn , een leven van eenwording van aarde en hemel. Een leven waarin het de opgave van de mens is, de scheiding tussen geest en materie op te heffen en (zelf) een verbindende brug te worden.”   

Aan het eind van de oorlog ontving Gitta het vreselijke bericht dat haar drie Joodse vrienden waren omgekomen in één van de vernietigingskampen.

Gitta Mallasz, als enige niet Joodse, overleefde de oorlog en publiceerde pas vele jaren later (1976)  haar aantekeningen van de intense gesprekken van haar en haar vrienden met de engelen.


Het was 2002, ik liep een tweedehands boekwinkel binnen en mijn oog viel direct op een boek met de titel: Mallasz ‘Gesprek met de engelen’. Ik kende het niet. Het zweet stond in mijn handen toen ik het van het schap haalde, vasthield en probeerde wat stukjes te lezen. Al na enkele passages vulden mijn ogen zich met tranen. Ik ‘moest’ het meenemen. Thuisgekomen begon ik direct te lezen, er kwamen tranen, afwisselend van herkenning en ook van diep verdriet. Enkele dagen later sprak ik mijn toenmalige coach over ‘de vondst van dit boek’: ook zijn woorden en ogen konden de ontroering niet verbergen. Hij kende het boek, al een paar jaar was het in zijn leven van grote betekenis. Het kon geen toeval zijn, dat dit boek op mijn pad kwam. Hij kende verscheidene mensen die er al lang naar zochten, maar niet konden vinden. We spraken over ‘synchroniciteit’; het principe dat toeval niet bestaat. De kosmos of de engelen reiken ons aan wat wij nodig hebben. De vondst van dit boek was niet voor niets en zou weleens een grote rol kunnen spelen in mijn verdere ontwikkeling, zei hij. Hij kreeg meer dan gelijk.


‘Het toeval’ was nog veel groter, want een paar weken voor ‘de vondst’ van het boek sprak ik een helderziende vrouw. Ze had indruk op mij gemaakt door de inzichten die ze vanuit ‘de wereld van de gidsen’ bij een workshop aanreikte. Ik vroeg haar naar een aantal onverklaarbare gebeurtenissen van de laatste tijd. In het gesprek tilde ze delen van de sluiers op en werd iets zichtbaar van ‘wie ik was geweest in mijn vorig leven’. In de weken erna werd me stap voor stap meer duidelijk wat ik uit dat vorig leven had meegebracht aan gevoelens, emoties, angsten en onzekerheden. Ik was in mijn vorig leven als ‘jonge joodse rabbi in opleiding’ van de ene op de andere dag op transport gezet en omgebracht in één van de kampen. Zo stond het in mijn ziel gegrift, het was me overkomen en ik had er niets van begrepen. Dit ‘weten’ luidde, zo werd in de maanden en  jaren erna duidelijk, een geheel nieuwe episode in van een langdurig verwerkingsproces en daarmee, een periode van innerlijke groei en geestelijke heelwording.   


Het boek van Gitta Mallasz, werd daarin mijn ‘engelen-bijbel’ en mijn dagelijkse steun dwars door dit intense verwerkingsproces heen. Want, ondanks dat het leven mij al veel moois geschonken had, gezegend met mijn toenmalige partner, lieve kinderen, veel vrienden, maatschappelijk succes en nog veel meer, was er altijd een diepe eenzaamheid en een groot onbenoembaar verdriet. Vaak ook boosheid. Door hard te werken, hield ik het verborgen, maar het was er altijd, sluimerend op de loer.

Het leek dat met ‘het weten over mijn vorig leven’ een grote stop uit ‘de fles van verdriet’ was getrokken en werd me ook duidelijk welk een groot verdriet ik al 42 jaar in het diepst van mijn ziel meedroeg. Door dagelijks lezen in mijn ‘engelen-bijbel’, werd ik deelgenoot van de gesprekken van de vier en werden vele tientallen thema’s, waar ik zelf ook al lang mee worstelde, verhelderd. Ik kreeg nieuwe inzichten en het werd tot hulp in mijn meditaties. Grotere sluiers werden opgetild. Ik werd me bewust dat hun ervaring van zorgen, angst en pijn over alles wat er in de tweedewereldoorlog gebeurde, hun gevoelens en emoties, die nu ook nog in mijn ziel leefden. In het ‘gesprek met de engelen’ beleefde ik mee wat hen overkwam. Maar door al dat vreselijks heen, was er de vastberadenheid, wijsheid en liefde die vanuit de engelen naar deze jonge mensen uitstroomde en hen telkens de inzichten, de moed en het vertrouwen gaven om verder te gaan met het voor hen zo moeilijke leven.


Toen in 2005 het ergste verdriet oploste en het helderzien en -horen voorzichtig in mij ontwaakte, voelde ik de wens om naar een jaarlijkse Dodenherdenking te gaan. Op 4 mei ging ik opnieuw naar het voormalig kamp Westerbork. Eerder kwam ik daar ook, maar toen vanuit de gedachten ‘de herinnering aan wat er toen gebeurde hoog houden: oorlog dat nooit meer’. Meelopend in de stille tocht vanaf de slagbomen, de ingang van het voormalige kamp, naar het nationaal monument, speelde nu in mijn ziel een ander gemoed, maar kon het onmogelijk benoemen.

Ook in de jaren erna liep ik mee en werd me duidelijk welke betekenis deze dodenherdenking nog meer had. De geestelijke wereld nam me bij de hand, om mij tijdens deze korte herdenking nieuwe inzichten te brengen of nieuwe thema’s aan te reiken, vooral gericht op geestelijke  leren kijken, naar wat zich afspeelt met ons op aarde.  

Zo kreeg ik ‘de oefening’ om geestelijk te kijken, wie iemand was in zijn/haar vorig leven: een Nederlander of Duitser, Joods of zigeuner. Een ander jaar mocht ik me voelbaar bewust worden hoe sterk het verlangen leeft naar onderlinge verzoening, vergeving tussen ‘daders en slachtoffers’. Of ik werd uitgenodigd om mensen alleen maar aan te kijken en te voelen. Ik zocht voorzichtig oogcontact en veel mensen keken mij aan, keken echt terug en was er een kortstondige, maar intense ontmoeting en voelde ik in die ogen herkenning. Soms zelfs kwam er een glimlach terug, zoals bekenden elkaar kunnen toe-glimlachen: “het is fijn om elkaar hier te treffen”.  Zo werd ik me iets bewust hoe groot de kracht van liefde is, die kan stromen in een enkel kort moment dat je iemand echt aankijkt.


De esoterische traditie leert ons dat de mens gemiddeld eens in de 500 jaar incarneert. Door het boek ‘Gesprek met de engelen’, mijn ervaringen op Westerbork en het ontmoeten van mensen die in het vorig leven als Jood, Jodin of soldaat hebben geleefd, werd me duidelijk dat steeds meer mensen, omgekomen in de tweedewereldoorlog,  ‘versneld’ kiezen voor een volgende incarnatie. Zoals Gitta Mallasz opzoek ging naar de diepere zin van hun leven toen, zo is er ook een diepere zin achter het nu weer zo snel en met zo velen incarneren in deze bijzondere tijd op aarde. Heeft het te maken met karma en vergeving of met leren leven in een leven zònder de dogma’s van de oude religies en het Joodse geloof? Dit artikel laat niet toe hier nu uitvoeriger op in te gaan, maar ik hoop in de toekomst hier meer over te kunnen vertellen en publiceren.

Nog iets dat de laatste jaren opvalt: steeds meer jongeren (20 tot 25 jaar) zijn aanwezig op de dodenherdenking. Jongeren met open blik en stralende ogen, zo typerend voor de nieuwe generatie Nieuwetijdsmensen. Een warme hereniging zo voelt het, maar niet alleen voor ons hier op aarde….

Vlak voor de twee minuten stilte, leest Rabijn Soetendorp het Kaddisj, het joodse dodengebed voor. Het gebed en de klanken die in mijn ziel zo’n herkenning oproepen en een intense verbondenheid van alle aanwezigen daar. En zo, samen in stilte verbonden, gebeurt er nog iets moois. Al een paar keer, mocht ik schouwen hoe er vanuit de harten van de mensen een zuil van Licht omhoog stijgt. Omhoog naar de astrale wereld waar zich op dat moment  honderden overledenen verzamelen, zij komen naar ons toe. Wij hier en zij daar, verbonden door Licht in die paar minuten stilte.


Het is ongeveer zo: zij komen kijken, omdat zij het nog niet aandurfden terug te keren naar de aarde. Zij mogen dan zien hoe het nu is en even iets ervaren van warmte en verbondenheid hoe wij met elkaar verenigd zijn.

Achter hen een grote kring van engelen die hen bemoedigen: toe maar, kijk maar, zij zijn jullie voorgegaan…  

Het is intens ontroerend om te mogen voelen, hoe zij, in het vorig leven omgekomen als oorlogsslachtoffer of soldaat, zich nu even met ons verbinden. Hoe zo vele mensen samen zo tot onverwachte hulp en bemoediging mogen zijn, voor hen die de stap nog niet hebben gezet.

Zo is Dodenherdenking in onze Nieuwetijd, een vereniging van hemel en aarde. Opnieuw wordt de zin van het leven, waar Hanna, Gitta, Jozef en Lili naar opzoek waren, vervuld. Dank jullie wel.


Wij hebben over dit onderwerp ook een workshop: Herinneringen aan een leven in WOII


Lees ook de korte inspiratietekst: van herdenken naar vergeven



Het is toegestaan de inhoud van dit artikel uitsluitend in
zijn geheel te kopiëren en onder vermelding van:

 Auteur Walter de Zeeuw© De Innerlijke weg ,  www.walterdezeeuw.nl

Eenzaamheid en verdriet
Herinneringen aan het leven in WO II


Terug naar Publicaties

Klik op de foto om het artikel in PDF te openen.

Herinneringen aan het leven in WO II Auteur Walter de Zeeuw.pdf Herinneringen aan het leven in WO II Auteur Walter de Zeeuw.pdf